Gepubliceerd op donderdag 30 april 2026
IEF 23516
Hoge Raad ||
24 apr 2026
Hoge Raad 24 apr 2026, IEF 23516; ECLI:NL:PHR:2026:437 (HP tegen DR), https://lsenr.minab.nl/artikelen/a-g-geen-gegronde-reden-voor-merkinbreuk-bij-verkoop-hp-cartridges-zonder-buitenverpakking-wel-informatieplicht-over-mogelijke-ouderdom

A-G: geen gegronde reden voor merkinbreuk bij verkoop HP-cartridges zonder buitenverpakking, wel informatieplicht over mogelijke ouderdom

Parket bij de Hoge Raad 24 april 2026, IEF 23516; ECLI:NL:PHR:2026:437 (HP tegen DR). Deze conclusie van A-G Van Peursem (zitting 24 april 2026) betreft een kort geding tussen HP en Digital Revolution/123inkt over originele, ongebruikte HP-inkt- en lasercartridges die zonder originele buitenverpakking werden aangeboden, aanvankelijk als "milieuverpakking" en sinds 2023 als "milieuproduct". De cartridges waren afkomstig uit retouren, recyclebedrijven of opkopers, konden 10 tot 17 jaar oud zijn en werden verkocht tegen de prijs van nieuwe cartridges. HP vorderde een verbod op grond van merkinbreuk ex art. 9 lid 2 onder a jo. art. 15 lid 2 UMVo, de uitzondering op de uitputtingsregel wegens gegronde redenen, alsmede op grond van onrechtmatige daad, meer in het bijzonder oneerlijke of misleidende handelspraktijken (art. 6:193a-j BW) en misleidende of ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194 en 6:194a BW). De voorzieningenrechter achtte merkinbreuk aannemelijk en wees vordering I toe, maar het hof oordeelde dat HP geen gegronde redenen had in de zin van art. 15 lid 2 UMVo en vernietigde het vonnis op dat punt. Wel achtte het hof het handelen van DR B.V. deels misleidend ex art. 6:193c lid 1 onder b BW: door de cartridges, die niet alleen uit retouren maar ook uit recyclebakken of opkoop konden stammen en meerdere jaren, soms meer dan tien jaar, oud konden zijn, als nieuw en voor de nieuwprijs aan te bieden zonder die ouderdom te vermelden, verstrekte DR misleidende informatie over de fabricagedatum, waardoor de consument vermoedelijk een aankoopbeslissing nam die hij anders niet had genomen. Dit verbod werd uitsluitend toegewezen ten gunste van HP Europe B.V. en HP Nederland B.V., die als concurrenten van DR B.V. vorderingsgerechtigd zijn; HP Inc. en HPDC staan niet in een concurrentieverhouding tot DR B.V.

De A-G concludeert tot verwerping van zowel het principale cassatieberoep van HP als het onvoorwaardelijke incidentele cassatieberoep van DR, met toepassing van art. 81 lid 1 RO. Ten aanzien van het merkenrecht sluit hij aan bij het HvJEU-arrest L'Oréal/eBay (C-324/09): verkoop van uitgeputte merkproducten zonder buitenverpakking levert niet automatisch een gegronde reden op; vereist is dat het ontbreken van de buitenverpakking aantoonbaar afbreuk doet aan de herkomstfunctie van het merk (de "Herkomst-situatie") of aan het imago dan wel de reputatie ervan (de "Imago-situatie"), waarbij de bewijslast bij de merkhouder ligt. Volgens de A-G mocht het hof oordelen dat HP kwaliteitsverlies door ouderdom niet aannemelijk had gemaakt, dat de fabrieksgarantie daarom geen kwaliteitsgarantie in merkenrechtelijke zin opleverde, dat de herkomst voor de gemiddelde consument voldoende kenbaar bleef via het HP-teken op de website, de cartridge zelf en veelal de binnenverpakking, en dat HP onvoldoende had aangetoond dat de buitenverpakking van deze functionele kantoorartikelen imago- of reputatiedragend was. Ook het ontbreken van productveiligheidsinformatie (CLP-verordening, Verordening 1272/2008), de CE-markering of garantie-informatie levert niet zonder meer een gegronde reden op: alleen het ontbreken van wettelijk vereiste informatie die specifiek ziet op de herkomstfunctie van het merk kan in de Herkomst-situatie relevant zijn, terwijl voor de Imago-situatie steeds een beoordeling per geval vereist blijft. De procesrechtelijke klachten over de grenzen van de rechtsstrijd falen eveneens: HP had in incidenteel appel niet gegriefd tegen de afwijzing van haar vorderingen betreffende de binnenverpakking en de gewijzigde verpakking, en het counterfeiting-argument paste niet bij de gekozen grondslag van uitgeputte, originele producten. DR's incidentele klachten falen ten slotte omdat het hof binnen de grenzen van de rechtsstrijd is gebleven, mede gelet op DR's eigen subsidiaire clausuleringsvoorstel, en het opgelegde verbod voldoende bepaald en proportioneel is: DR hoeft niet te vermelden dat iedere cartridge oud is, maar moet wel duidelijk maken dat de betreffende cartridges meerdere jaren, en soms meer dan tien jaar, oud kunnen zijn.

4.15 De conclusie van het voorgaande is dat er in dit kort geding niet van uit kan worden gegaan dat de kwaliteit van HP-cartridges, en dus ook van de door DR verkochte HP-cartridges, er na verloop van tijd op achteruit gaat. Dit brengt tevens met zich dat het ervoor moet worden gehouden dat de tijdsbeperking in HP’s fabrieksgarantie niets zegt over kwaliteitsvermindering van de cartridges in de tijd, hetgeen overigens voedsel geeft aan de door DR geopperde gedachte dat die fabrieksgarantie moet worden gezien als onderdeel van de strategie van HP om de gebruiker zo snel mogelijk een nieuwe cartridge te laten aanschaffen. Wat hier verder van zij, in dit geding is de betekenis van die garantie daartoe beperkt te achten dat de koper van een HP-cartridge op eenvoudige wijze van HP vervanging kan krijgen van, of terugbetaling voor, een cartridge waaraan een fabricage- of materiaalfout kleeft.

De Herkomst-situatie

4.17 Wat de Herkomst-situatie betreft is allereerst van belang dat – naar de gemiddelde consument van cartridges verondersteld wordt te weten – het woordmerk ‘HP’ verwijst naar de ‘HP’-groep die de door DR verkochte HP-cartridges produceert en verkoopt. Dat woordmerk is, al dan niet als onderdeel van een HP-woord/beeldmerk, zichtbaar op de DR-websites, op de cartridges, en meestal ook op binnenverpakking daarvan. Anders dan HP suggereert, is voor de consument dus ook zonder buitenverpakking duidelijk dat de door DR aangeboden cartridges zijn geproduceerd en (voor het eerst in de EER) in de handel gebracht door de HP-groep. Hiermee is de herkomst(garantie)functie van de HP-merken in voldoende mate verzekerd. Daarvoor is niet nodig dat de consument ook weet welke precieze HP-entiteit voor de productie en verhandeling van ‘zijn/haar’ cartridge verantwoordelijk is, daargelaten nog dat die consument dat, zeker in dit informatietijdperk, zonder veel moeite zal kunnen achterhalen. Nu de einddatum van de fabrieksgarantie geen informatie over de kwaliteit van de cartridges verschaft (zie rov. 4.15) komt de kwaliteitsgarantiefunctie van die merken ook niet in het gedrang doordat die garantie, vanwege ontbreken van de buitenverpakking, voor de consument niet kenbaar zou zijn. De Herkomst-situatie is, zo volgt uit dit een en ander, niet aan de orde.

4.26 De conclusie van het onder 4.18 t/m 4.25 overwogene is dat ook de Imago-situatie niet aan de orde is.

5.6 In verband met onderdeel (ii) van die grief benadrukt het hof dat door HP bij herhaling is gesteld dat DR de HP-cartridges zonder buitenverpakking als nieuw en voor de nieuwprijs verkoopt, en dat dit door DR niet is betwist. Die cartridges zijn deels afkomstig uit retouren, maar in ieder geval – naar door DR is erkend – deels ook uit recyclebakken. In dat laatste geval kunnen zij zeer oud zijn, net als wanneer, zoals HP stelt maar DR betwist, de cartridges tevens voor een deel afkomstig zouden zijn van opkopers. Voor de gemiddelde consument is de ouderdom van een product – ook wanneer die, zoals in dit geval (zie rov. 4.15), geen invloed heeft op de kwaliteit – van belang in die zin dat aannemelijk is dat hij niet bereid is de nieuwprijs te betalen voor een oud product. Uit de pagina’s van DR’s webshop en de daarbij behorende pop up wordt niet duidelijk dat de door DR aangeboden HP-cartridges ook uit andere bron(nen) dan retouren afkomstig zijn. In de pop up wordt weliswaar aangegeven dat het ‘bijvoorbeeld’ producten betreft die ongebruikt retour zijn gekomen, maar daarmee wordt de consument nog niet op de gedachte gebracht dat het ook om (zeer) oude recycle- of opkoopproducten zou kunnen gaan10. De verwijzing van DR naar producten die retour zijn gekomen suggereert dat het tamelijk recent geproduceerde producten betreft, terwijl dat lang niet altijd het geval is. In zoverre verstrekt DR BV dus misleidende informatie ten aanzien van de datum van fabricage, waardoor aannemelijk is dat de consument een besluit over de overeenkomst kan nemen (namelijk om de nieuwprijs te betalen), dat hij anders niet had genomen (artikel 6:193c lid 1 onder b BW). Gelet hierop is vordering III toewijsbaar in dier voege dat DR BV wordt verboden11 om originele HP-cartridges die zogenaamd retour zijn genomen (maar in feite uit recyclebakken of de opkoop komen) aan te bieden zonder daarbij te vermelden dat deze meerdere jaren, en soms zelfs meer dan tien jaar oud kunnen zijn. Hierbij heeft het hof zich er rekenschap van gegeven dat deze beslissing voor DR BV niet als een verrassing kan komen aangezien zij in haar akte-AP zelf subsidiair heeft voorgesteld om een eventueel op te leggen stakingsgebod te beperken (clausuleren) tot (onder meer) de situatie dat bij de verkoop of levering van HP-cartridges door DR BV niet wordt aangegeven dat de cartridge meerdere jaren oud kan zijn.