Gepubliceerd op dinsdag 28 april 2026
IEF 23501
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
15 apr 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 15 apr 2026, IEF 23501; ECLI:EU:T:2026:255 (Independent Farmers Organisation of Ireland Ltd tegen European Commission), https://lsenr.minab.nl/artikelen/gerecht-eu-registratie-van-irish-grass-fed-beef-als-bga-blijft-in-stand-ondanks-discussie-over-nationale-oppositieprocedure

Gerecht EU: registratie van “Irish Grass Fed Beef” als BGA blijft in stand ondanks discussie over nationale oppositieprocedure

Gerecht EU 15 april 2026, IEF 23501; 4201; ECLI:EU:T:2026:255 (Independent Farmers Organisation of Ireland Ltd tegen European Commission). Het Gerecht verwerpt het beroep van de Independent Farmers Organisation of Ireland Ltd tegen Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2666, waarbij “Irish Grass Fed Beef” als beschermde geografische aanduiding is geregistreerd. De oorspronkelijke aanvraag was in 2020 door An Bord Bia ingediend namens Ierland en had aanvankelijk betrekking op rundvlees uit Ierland. De Ierse landbouworganisatie had in de nationale Ierse oppositieprocedure bezwaar gemaakt, maar dat bezwaar werd afgewezen. Nadat de aanvraag op EU-niveau was gepubliceerd, diende het Verenigd Koninkrijk een ontvankelijke oppositie in, onder meer omdat het betrokken rundvlees ook in Noord-Ierland wordt geproduceerd en de term “Irish” historisch ook op producten uit dat gebied betrekking kan hebben. Na overleg tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk werd de productspecificatie substantieel gewijzigd, met name doordat het beschermde geografische gebied werd uitgebreid tot Noord-Ierland. De Commissie onderzocht de gewijzigde aanvraag opnieuw, publiceerde deze opnieuw in het Publicatieblad en registreerde de naam nadat op EU-niveau geen nieuwe oppositie was ingediend. De Ierse organisatie stelde vervolgens dat zij door de Commissie had moeten worden gehoord, dat de gewijzigde aanvraag als een nieuwe of gezamenlijke aanvraag had moeten worden behandeld, dat artikel 4 van Gedelegeerde Verordening 664/2014 was geschonden, dat de Commissie het beginsel van behoorlijk bestuur had miskend en, subsidiair, dat Verordening 1151/2012 onrechtmatig was voor zover die geen effectieve participatie mogelijk zou maken.

Het Gerecht verwerpt al deze middelen. De uitvoeringsverordening is een handeling van algemene strekking, zodat artikel 41 Handvest geen zelfstandig recht geeft om door de Commissie individueel te worden gehoord; belanghebbenden die gevestigd zijn in de lidstaat van aanvraag moeten hun bezwaren in beginsel in de nationale oppositiefase naar voren brengen. Artikel 6 EVRM faalt eveneens, omdat de Commissie geen rechterlijke instantie is. Ook artikel 4 van Gedelegeerde Verordening 664/2014 is niet geschonden, omdat geen formele gezamenlijke aanvraag van Ierland en het Verenigd Koninkrijk was ingediend; de oorspronkelijke Ierse aanvraag kreeg na het akkoord wel een grensoverschrijdend karakter, maar werd daardoor niet automatisch een gezamenlijke aanvraag in de zin van Verordening 1151/2012. Het belangrijkste oordeel is dat Verordening 1151/2012 zo moet worden uitgelegd dat wanneer de productspecificatie na een EU-oppositieprocedure substantieel wordt gewijzigd, zoals hier door uitbreiding van het geografische gebied, de lidstaat van oorsprong opnieuw een nationale oppositiemogelijkheid moet bieden aan belanghebbenden op zijn grondgebied. De Commissie had dus moeten nagaan of Ierland daartoe gelegenheid had geboden, maar mocht in dit geval vertrouwen op de mededelingen van de Ierse autoriteiten: de Commissie had Ierland nadrukkelijk gewezen op herpublicatie van de gewijzigde specificatie, Ierland had laten weten dat belanghebbenden opmerkingen konden indienen en had later bevestigd dat geen opposities waren ontvangen. Zonder concrete aanwijzingen voor twijfel hoefde de Commissie niet verder te controleren of de nationale procedure volledig en rechtmatig was verlopen. Omdat Verordening 1151/2012 volgens deze uitleg wél effectieve participatie mogelijk maakt, faalt ook de exceptie van onwettigheid. Het beroep wordt daarom volledig verworpen; de registratie van “Irish Grass Fed Beef” blijft in stand en de landbouworganisatie moet haar eigen kosten en die van de Commissie dragen, terwijl Ierland, het Parlement en de Raad hun eigen kosten dragen.

80      In those circumstances, having regard to both the general scheme of Articles 49 to 51 of Regulation No 1151/2012 and the legal context of which they form part, Article 51(4) of that regulation, read in conjunction with Article 50 of that regulation, implicitly but necessarily means that, where the details of the product specification of the product at issue covered by the initial application for registration have been substantially amended, the Member State to which the authority or body that lodged that application belongs is to initiate a new national opposition procedure. That new procedure must guarantee adequate publication of the application for registration as thus amended and provide for a reasonable period within which any natural or legal person having a legitimate interest and established or resident on the territory of that Member State may lodge an opposition to the application.