Gepubliceerd op woensdag 13 mei 2026
IEF 23549
Rechtbank Den Haag ||
24 mrt 2026
Rechtbank Den Haag 24 mrt 2026, IEF 23549; ECLI:NL:RBDHA:2026:10402 ([verzoekster] tegen [verweersters sub 1] ), https://lsenr.minab.nl/artikelen/rb-den-haag-staat-inzage-in-beslagen-materiaal-toe-in-octrooizaak-over-productie-van-calciumcarbonaat

Rb. Den Haag staat inzage in beslagen materiaal toe in octrooizaak over productie van calciumcarbonaat

Rb. Den Haag 24 maart 2026, IEF 23549; ECLI:NL:RBDHA:2026:10402 ([verzoekster] tegen [verweersters sub 1]). De Rechtbank Den Haag heeft in een octrooigeschil inzage toegestaan in conservatoir beslagen materiaal op grond van art. 194-196 Rv jo. art. 1019a Rv. De rechtbank acht zich exclusief bevoegd op grond van art. 80 lid 2 sub c ROW, omdat het verzoek verband houdt met de handhaving van een octrooi en verweersters in Nederland zijn gevestigd. Verzoekster is houdster van Europees octrooi EP 4 223 141 B1 voor een werkwijze voor de productie van een mineraal voederadditief op basis van calciumcarbonaat afkomstig uit drinkwaterontharding, alsmede voor het daarmee verkregen eindproduct. Verweersters houden zich bezig met het verwerken en vermalen van kalkkorrels voor de voedsel- en diervoederindustrie. Nadat eerdere samenwerkingen tussen partijen en AquaMinerals waren geëindigd, rees bij verzoekster het vermoeden dat verweersters zonder toestemming gebruik maakten van de geoctrooieerde werkwijze en de daarmee verkregen producten verhandelden. Op verzoek van verzoekster was eerder verlof verleend voor conservatoir bewijsbeslag, monsterneming en een gedetailleerde beschrijving van het productieproces. In deze procedure verzocht verzoekster vervolgens om inzage in de beslagen digitale bestanden, afgifte van de monsters en inzage in de gedetailleerde beschrijving van het maalproces. Verweersters voerden onder meer aan dat geen redelijk vermoeden van inbreuk bestond, dat het octrooi nietig zou zijn, dat de verzoeken te ruim waren geformuleerd en dat de beslagen stukken vertrouwelijke bedrijfsinformatie bevatten.

De rechtbank stelt voorop dat voor een exhibitieverzoek op grond van art. 194-196 Rv drie cumulatieve voorwaarden gelden: voldoende belang, bepaalde bescheiden en een rechtsbetrekking waarin verzoekster partij is. Voor die rechtsbetrekking is vereist dat een redelijk vermoeden van octrooi-inbreuk bestaat. De rechtbank oordeelt dat verzoekster dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt met een inbreukanalyserapport en analyses van monsters waaruit bleek dat het eindproduct mogelijk voldoet aan de kenmerken van het octrooi. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de drempel voor inzage in technisch bewijs van inbreuk relatief laag is en dat ook de mogelijkheid van inbreuk door equivalentie onvoldoende gemotiveerd was weersproken. Het nietigheidsverweer wordt in deze inzageprocedure niet inhoudelijk beoordeeld; de rechtbank gaat binnen het beperkte kader van het exhibitieverzoek voorlopig uit van de geldigheid van het vooronderzochte octrooi, mede omdat geen oppositie- of nietigheidsprocedure aanhangig was en het geldigheidsverweer onvoldoende was uitgewerkt. De rechtbank wijst het inzageverzoek daarom grotendeels toe, maar beperkt de exhibitie tot technisch bewijs van inbreuk vanaf de verleningsdatum van het octrooi (7 augustus 2024). Onafhankelijke deskundigen worden benoemd om de beslagen monsters te laten analyseren en om een eerste selectie te maken van de circa 2000 beslagen documenten aan de hand van door de rechtbank goedgekeurde zoektermen. Daarnaast legt de rechtbank een uitgebreid vertrouwelijkheidsregime op ter bescherming van bedrijfsgeheimen, beperkt zij de toegang tot de informatie tot advocaten, octrooigemachtigden, deskundigen en één vertegenwoordiger van verzoekster zonder commerciële functie, en verbindt zij daaraan dwangsommen. Ook wordt een mededelingsverbod opgelegd ten aanzien van vertrouwelijke bijlagen. Over de proceskosten en deskundigenkosten neemt de rechtbank geen beslissing, omdat partijen hebben aangegeven dat deze in een eventuele bodemprocedure aan de orde kunnen komen.

Bepaaldheid

4.12.

de rechtbank zal het verzoek tot inzage derhalve toewijzen. Nu [verweersters sub 1] ter zitting geen bezwaar meer heeft gemaakt tegen afgifte van de twee beslagen monsters, zal die afgifte zonder meer worden toegestaan. De deskundige wordt geïnstrueerd de monsters te (doen) laten analyseren door een daartoe gekwalificeerd laboratorium en daarvan verslag te (laten) doen, waarbij hij dit verslag en de resultaten van het laboratorium tegelijk aan verzoeker en verweerder doet toekomen.

4.13.

Ten aanzien van de verzochte inzage in de beslagen bescheiden (volgens [verweersters sub 1] ongeveer 2000 documenten) is de rechtbank het met [verweersters sub 1] eens dat deze bescheiden aan de hand van de door [verzoekster] voorgestelde zoekwoorden te ruim zijn bepaald. Meerdere van de door [verzoekster] opgegeven zoekwoorden hebben geen enkele relatie met het octrooi of de geoctrooieerde werkwijze en vallen buiten de reikwijdte van de beweerde inbreuk. [verweersters sub 1] heeft in de lijst die door [verzoekster] is overgelegd de zoekwoorden geel gemarkeerd die volgens haar geen betrekking hebben op de gestelde octrooi-inbreuk. De rechtbank volgt [verweersters sub 1] hierin en zal partijen bevelen de hierna te noemen deskundige(n) aan te wijzen die aan de hand van hierna te geven voorschriften voor te hanteren zoektermen een selectie maken van bescheiden waarop wel en waarop geen recht op inzage bestaat.5 Die voorschriften zien erop dat de door de deskundige(n) te maken selectie beperkt is tot bescheiden die zien op technisch bewijs van inbreuk. Gelet daarop wordt de inzage daarnaast beperkt tot bescheiden vanaf de datum van de verlening van het octrooi, te weten 7 augustus 2024.

4.14.

De rechtbank zal in het dictum een lijst van zoekwoorden opnemen aan de hand waarvan de deskundigen de selectie mede zullen kunnen maken. De door [verweersters sub 1] in het verweerschrift geel gemarkeerde zoekwoorden zullen buiten de inzage vallen. Dit geldt niet voor het trefwoord “certificering”. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen ieder een andere betekenis aan het woord certificering toekennen. De rechtbank zal “certificering” begrijpen als “certificaat van de analyse van het eindproduct” en bepaalt hierop in de dataset mag worden gezocht door de deskundige.

4.15.

De door partijen aangewezen deskundige(n) zal/zullen aan de hand van de (bij de deurwaarder op te vragen) integrale kopie van de digitale beslagen bestanden van [verweersters sub 1] een selectie maken. De selectie vindt plaats op basis van de drie in de voorgaande rechtsoverwegingen genoemde voorwaarden, te weten:

-

de in paragraaf 48 van het verzoekschrift genoemde witte zoekwoorden voor zover die in paragraaf 155 van het verweerschrift niet geel zijn gemarkeerd, waarbij het zoekwoord certificering wordt vervangen door “certificaat van de analyse van het eindproduct”;

-

de inzage ziet alleen op technisch bewijs van inbreuk;

-

inzage wordt toegelaten vanaf de datum van de verlening van het octrooi.

De gemaakte selectie wordt door de deskundige(n) op een separate drager geplaatst en aan partijen verstrekt.

4.16.

Ten aanzien van de gedetailleerde beschrijving van het maalproces van [verweersters sub 1] die door de deurwaarder is opgemaakt, geldt het volgende. Vooralsnog is er vanuit te gaan dat de gemaakte beschrijving ook vertrouwelijke informatie bevat die ziet op aan [verweersters sub 1] toekomende bedrijfsgeheimen. Ter waarborging van de bescherming daarvan zal inzage ook hier slechts wordt toegestaan voor zover het betreft technisch bewijs van de inbreuk en zal op de voet van artikel 22a lid 3 Rv een vertrouwelijkheidsregime worden bepaald als in het dictum in te melden, versterkt met een dwangsom.

4.17.

Nadat de deskundige(n) een selectie zal/zullen hebben gemaakt van de gedetailleerde beschrijving in vorenbedoelde zin, zal [verweersters sub 1] in de gelegenheid worden gesteld aan te geven of zij met die selectie akkoord zijn althans toe te lichten welke onderdelen als bedrijfsgeheim moeten worden aangemerkt en waarom deze niet relevant zijn voor de beoordeling van de gestelde octrooi-inbreuk; vervolgens zal/zullen de deskundige(n) de tekst van de gedetailleerde beschrijving redigeren en aan de advocaten van [verzoekster] ter beschikking stellen.