Eenzelfde gedragslijn t.a.v. de beperking van Nederlandse octrooien
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 30 maart 2010, zaaknr. 105.002.137/01, Bébécar-Utilades Para Crianca tegen Maxi Miliaan B.V. (met dank aan Willem Hoorneman, CMS Derks Star Busmann)
Octrooirecht. NL octrooi wielondersteuningsstelsel voor een wandelwagen. Beperking octrooi. Spiro/Flamco in navolging van HR Boston/Medinol ook niet meer van toepassing op Nederlandse octrooien.
9. Sinds de inwerkingtreding van de wijziging van artikel 138 Europees Octrooiverdrag (13 december 2007) heeft de octrooihouder het recht in een procedure betreffende de geldigheid van zijn octrooi zijn octrooirecht met terugwerkende kracht te beperken, waarna het aldus gewijzigde verdrag de grondslag vormt voor het verdere geding en is de maatstaf voor de beoordeling van de (gedeeltelijke) vernietiging van het Nederlandse deel van een Europees octrooi van het arrest van 16 februari 2001, NJ 2001,393 inzake Van Egmond/Wiva niet meer van toepassing als zijnde niet verenigbaar met het verdragrecht (zie HR 9 maart 2009 inzake Boston/Medinol). Het hof ziet aanleiding ten aanzien van beperking van Nederlandse octrooien eenzelfde gedragslijn te volgen. Ingevolge artikel 1(2) van de decision of the Administrative Council of the European Patent Organisation of 28 June 2001 on the transitional provisions under Article 7 of the Act revising the European Patent Convention of 29 November 2000 is de nieuwe regeling van artikel 138 EOV ook van toepassing op op 13 december reeds verleende octrooien. Het hof zal analoog voornoemde gedragslijn ook volgen voor wat betreft op 13 december 2007 reeds verleende Nederlandse octrooien.
Door Maxi Miliaan is een groot aantal publicaties geciteerd, op grond waarvan naar mening van Maxi Miliaan noch de conclusies van het octrooi na de gedeeltelijke afstand, noch de conlusies van de verschillende hulpverzoeken nieuw, althans inventief zijn te achten. Naar het oordeel van het Hof is conclusie 1 van het octrooi na gedeeltelijke afstand letterlijk bekend uit het genoemde Franse octrooi, zodat die conclusie wegens ontbreken van nieuwheid vernietigd dient te worden. Hetzelfde geldt voor conclusie 1 van hulpverzoek 1. De conclusies 1 van hulpverzoek 2 en 3 zijn niet toelaatbaar omdat bij toelating van die hulpverzoeken een octrooi zou resteren, waarvan het onderwerp niet wordt gedekt door de inhoud van de ingediende aanvrage. Voor wat betreft conclusies 2, 3 en 4 oordeelt het Hof dat het enkel toevoegen van veren in het wielondersteunings-stelsel aan deze inrichting geen inventiviteit van verlenen.
Lees het arrest hier.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 30 maart 2010, zaaknr. 105.007.842/01, Kwik Lok Corporation tegen Schutte Bagclosures B.V. (met dank aan Wouter Pors,
Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, 15 januari 2010, KG RK 10-0055, Franz Grimme Landmaschinenfabrik tegen Steenvoorden
Rechtbank ’s-Gravenhage, 24 maart 2010, HA ZA 08-2126, Ratiopharm GmbH c.s. tegen Eli Lilly and co. Ltd (met dank aan Chantal Morel & Moïra Truijens,
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 16 maart 2010, KG ZA 07-1439, Aventis Inc. tegen Apothecon B.V. & Ratiopharm B.V. c.s. (met dank aan Mark van Gardingen,
Rechtbank ‘s-Gravenhage, 17 maart 2010, HA ZA 08-2522 en HA ZA 08-2524, Koninklijke Philips Electronics N.V. tegen SK Kassetten GmbH & Co. KG
Rechtbank ‘s-Gravenhage, 10 maart 2010, zaaknr. 337089, Safeway GmbH tegen Kedge Holding B.V.